Stop het natte-vingerwerk

Naar een strategie tegen extreem-rechts
Stop het natte-vinger-werk !
Deze tekst werd gepubliceerd in "De Morgen" van 24 november 1998. Deze tekst werd ook gepubliceerd in "Le Soir" de 25 november.
De jongste weken regent het in het politiek milieu - en tot ver er buiten - standpunten en stellingnames met betrekking tot de ontwikkeling van een doeltreffende strategie tegen extreem-rechts, lees tegen het Vlaams Blok. De diskussie woedt ruwweg tussen voorstanders van een zogenaamde harde aanpak en diegenen die menen dat we het Blok niet in een slachtoffer-rol mogen dwingen. Harde aanpak staat dan voor de strikte toepassing van het cordon sanitaire, het afschaffen van de financiering van het Blok door de overheid, het weigeren van de toegang tot overheidsgebouwen etc...
Opvallend is dat bij het politiek personeel en dit zowel bij meerderheidspartijen als bij de oppositie een meerderheid de mening is toegedaan dat het Blok bij zo'n harde aanpak zich maar al te graag in de rol van slachtoffer laat duwen omdat daar in theorie nogal wat electoraal profijt valt uit te halen. Deze veelal zelfbenoemde specialisten-inzake-extreem-rechts hebben er zelfs al een gallicistisch modewoord voor: we mogen het Blok niet "victimiseren".
Tijdens de talloze televisiedebatten en in editorialen en in vrije tribunes in de geschreven pers viel ook op dat diezelfde tegenstanders van de harde lijn de strijd tegen extreem-rechts veelal vernauwen tot de strijd tegen het racisme. Laat daar geen misverstand over bestaan, racisme is en blijft een misdaad tegen de mensheid en moet alsdusdanig altijd en overal bestreden worden. Maar als strategie tegen extreem-rechts blijkt het in de praktijk bijzonder inefficiënt te zijn. In zijn recent werk 'Face au Front National-Arguments pour une contre-offensive' zegt de Franse onderzoeker Pierre-André Taguieff: "het aanklagen van racistische en xenofobe tendenzen (in het FN) is zeker en vast noodzakelijk maar de ervaring wijst uit dat dit op zich niet voldoende is om de FN-kiezers te overtuigen.(1)" En laten we wel wezen, dit geldt ook en vooral voor het Vlaams Blok. Het resultaat van twintig jaar lauwe anti-Blok strategie, van 'niet-victimiseren' en anti-racisme is ernaar: in totaal bezet het Blok 35 zetels verpreid over de verschillende parlementen, heeft het ongeveer 200 verkozen in 84 gemeenteraden en 34 zitjes gespreid over de Vlaamse provincieraden. Van electoraalprofijt gesproken !
Uit ervaring weten we dat wie z'n agenda laat bepalen door het Blok, automatisch in het defensief gedrongen wordt en noodgedwongen moet antwoorden op de slogan ‘eigen volk eerst'. In de mond van Dewinter neemt die slogan twee seconden in beslag. Ons technisch ingewikkeld anti-racistisch antwoord neemt één of twee uren in beslag. Voor dergelijk discours is er in de media geen ruimte en dus wint het Blok bij voorbaat.
Bovendien wordt veelal uit het oog verloren dat het racisme van het Blok geen doel is maar een middel. Het einddoel van het Blok is - men leze er maar hun ‘Grondslagen’ op na - is de vestiging van een regime "dat geleid wordt door een natuurlijke elite", een dictatuur dus.
Politiek, media, onderwijs en vormingswerk hebben hier een grote verantwoordelijkheid: duidelijkheid scheppen over wat het Blok voor dat eigen volk nu eigenlijk eerst in petto heeft. Sla er de congresteksten van het Blok maar opna en leg aan dat eigen volk eerst maar eens uit wat voor smeerlapperij die partij aan het klaarstoven is voor vrouwen, werklozen, vakbonden, armen, jongeren, de vrije pers, de eigentijdse cultuur etc...
Zowel de theorie van de slachtoffer-rol als het vernauwen van de strijd tegen extreem-rechts tot het voeren van een anti-racistische strategie is gebasseerd op onwetendheid, natte-vinger-werk. Wetenschappelijk onderzoek terzake is in dit land onbestaande. Het enige voor België relevante studiewerk komt uit Nederland. In opdracht van de Nederlandse regering onderzocht Jaap van Donselaar (Rijksuniversiteit Leiden) de maatregelen welke de overheden van Duitsland, Frankrijk, Engeland, België en Nederland nemen tegen extreem-rechts en welke de meest effectieve zijn (2). Tijdens de academische zitting in Scheveningen, die met de plechtige overhandiging van de studie aan de Nederlandse overheid gepaard ging, onderstreepte de auteur ten overvloede de zwakheid van het in België gevoerde beleid.
Eén van de belangrijkste besluiten van zijn onderzoek is dat enkel een repressieve aanpak op uiteenlopende fronten, maar vooral de strikte toepassing van het wettelijk instrumentarium terzake, daadwerkelijk vruchten afwerpt m.b.t. de bestrijding van extreem-rechts. Bedoeld worden uiteraard de wet op de partijfinanciering, de wet op het racisme, de wet op het negationisme, de wet op de privé-milities en niet te vergeten het cultuurpact. Waarmee meteen gezegd wil zijn dat de wetten inzake racisme en negationisme hoogdringend gecorrectionaliseerd moeten worden. Meestal is er in deze zaken een drukwerk in het geding en wordt de wet niet toegepast omdat het dan om een persmisdrijf gaat.
Uit hetzelfde onderzoek blijkt tevens dat het onder druk zetten van extreemrechtse organisaties de beste resultaten oplevert. En wat blijkt: het underdog-effect speelt weinig of geen rol. Daar waar de overheid repressief optreedt tegen extreemrechtse organisaties, nemen de spanningen tussen de verschillende tendenzen in die organisaties toe. Er onstaat strijd tussen radikalen en minder-radikalen, een gevecht omtrent de te volgen koers wat een verzwakking van de interne coherentie en van de externe slagkracht tot gevolg heeft. Om het met de woorden van Van Donselaar te zeggen: "Het op de huid zitten van Schönhuber en Janmaat maakte van hen geen aantrekkelijke underdogs, maar veeleer paniekerige herders die niet bij machte waren de opgejaagde kudde bijeen te houden".
Uiteraard blijft het de verantwoordelijkheid van de overheid een sociale politiek te voeren die sociale uitsluiting in z'n meest brede betekenis tegengaat. Kansarmoede en sociale uitsluiting vormen immers het ideale kweekbed voor extreem-rechts.
Dit neemt echter niet weg dat diezelfde overheid tegelijk ook garant moet staan voor een strikte handhaving van het cordon sanitaire rond partijen die de afbraak van de democratie nastreven. Wat onvermijdelijk inhoudt dat de democratie stopt met de financiering en de logistieke ondersteuning van organisaties die de democratie om zeep willen helpen.
Hugo Gijsels, Manuel Abramowicz en Wim Haelsterman
Auteurs van talrijke werken over extreem-rechts in België.
Nota :
(1) Pierre-André Taguieff et Michèle Tribalat, "Face au Front national - Arguments pour une contre-offensive", editions La Découverte, Paris 1998, 144 p.
(2) Jaap van Donselaar, "De Staat paraat? De bestrijding van extreem-rechts in West-Europa", Uitgeverij Babylon-De Geus, Amsterdam 1995, 380 p.